maandag 14 april 2014

Sociale regels

Als ik de deur achter mij dicht trek, word ik al zenuwachtig. Ik bevind me immers op straat en dat betekent dat ik wel eens andere mensen tegen zou kunnen komen. Negen van de tien keer loop ik dan ook op straat met mijn hoofd naar beneden. Het voordeel daarvan is dat ik de mensen die ik tegenkom niet zie, en dat ik bijna nooit in de hondenpoep trap...Soms is het wel eens handig dat ik wel vooruit kijk, of in het geval van het oversteken van een straat, naar links en naar rechts kijk. "Toevallig" kom ik juist op die momenten mensen tegen. 

Onbekende mensen zijn niet zo erg want die hoef ik niet te groeten. Of juist wel? Ik ben namelijk helemaal niet zo goed in het onthouden van gezichten. Ik moet mensen meerdere malen gezien hebben voordat ik een gezicht onthoud. Als ik mensen daarna een hele tijd niet gezien heb, vervagen die gezichten weer en herken ik ze ook niet meer. Dus als mensen denken dat ik ze niet meer wil kennen omdat ik niets zeg als ik ze tegenkom, mijn excuses, want dan herken ik het gezicht gewoon niet meer.

Bekende gezichten zijn lastiger. Er gaat dan van alles door me heen op het moment dat ik ze tegenkom. Moet ik groeten? Op welk exact moment moet ik groeten? Hoe moet ik groeten? En nog erger... Moet ik een praatje maken? Al die vragen komen bij mij in een fractie van een seconde binnen. Meestal komt het uit op "Hoi!", en dan loop ik weer snel verder. Ik hoor wel eens van mijn man terug dat mensen denken dat ik chagrijnig ben, maar dat ben ik absoluut niet. Overprikkeld misschien, maar verre van chagrijnig.

Nog lastiger vind ik het als mensen dichterbij komen te staan. Ik ben helemaal niet goed in het onderhouden van vriendschappen. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik na 30 jaar nog steeds niet weet hoe ik dat soort dingen moet aanpakken. Vooral het contact onderhouden, hoe doe je dat? Wanneer moet ik bellen? Bel ik niet te vaak? Komt het wel gelegen? Dat zijn vragen die er dan in mijn hoofd spelen en maken dat ik dan helemaal niet meer bel. Anderen gaan dan denken dat ik geen interesse in ze toon omdat ik vanuit mijn kant bijna nooit het initiatief neem om contact op te nemen en dan verwateren vriendschappen weer. 

Sociale "regels" mogen dan bij de meeste mensen als vanzelf gaan, ik moet overal bij nadenken en dat kan heel vermoeiend zijn. Mensen aankijken bijvoorbeeld is iets wat ik wel doe maar nog steeds moet ik er mij bewust van zijn dat ik dat daadwerkelijk doe. Het is nog steeds niet iets wat vanzelf gaat. 

Zo kan ik van de dingen die voor anderen heel vanzelfsprekend zijn, overprikkeld raken. Daarom zijn er wel eens van die dagen bij dat ik het liefst een muurtje om mij heen wil bouwen en alleen wil zijn. Het liefst pak ik dan mijn iPad, plug mijn oordopjes er in en kijk dan de hele dag naar series. Op dit moment is bij mij "The Vampire Diaries" favoriet.

Morgen word ik 31 jaar en ik denk niet dat ik al die regels rondom sociale omgang ooit nog helemaal ga begrijpen. Toch doe ik mijn best om sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Hoewel ik daar altijd over na moet denken, heb ik het idee dat mensen dat meestal niet aan mij merken. Maar mensen, ga niet denken dat ik chagrijnig ben als ik je tegenkom, want dat is niet zo!

maandag 7 april 2014

Stigmatisering en vooroordelen

Een uur voor die tijd begint het al. Ik word zenuwachtig en ik krijg een knoop in mijn maag. Het is dan moeilijk om mijn draai nog te vinden. Waar ik mee bezig ben, maak ik af, maar ik kan mij moeilijk tot iets nieuws zetten. Ik houd ervan dat alles elke dag zo'n beetje hetzelfde verloopt, maar dat is moeilijk als ik mijn dochter van school moet ophalen en dat ze elke dag met iemand anders af wilt spreken. En als je een zoon hebt die nog op zijn gemak een potje gaat staan voetballen op het grote schoolplein  Ik ga elke dag zo laat mogelijk weg, zodat ik niet heel erg lang hoef te wachten bij school. Maar ook al sta je er stipt om drie uur, de leerkrachten laten je altijd wachten. Ik voel mij totaal niet op mijn gemak bij de mensenmassa die voor het kleuterschoolplein staat te wachten. Op een paar uitzonderingen na, praat niemand met mij en het is voor mij ook moeilijk om een gesprek aan te knopen met iemand. Ik heb het gevoel dat er wel over mij wordt gepraat maar niet met mij. En dat is niet alleen op school maar ook in andere situaties.

Tegen mijn man praten mensen wel. En dan kan ik merken welke vooroordelen er nog over de psychiatrie heersen. Laatst vroeg iemand aan mijn man of ik wel intelligent was... Een kwetsender opmerking kun je volgens mij niet maken, alsof je achterlijk zou zijn als je een psychiatrische aandoening hebt. 

Omdat ik zelfstigmatisering wil voorkomen, probeer ik wel de confrontatie aan te gaan met de dagelijkse dingen die voor mij lastig zijn, zoals de kinderen ophalen uit school. Soms haalt mijn man de kinderen op uit school, soms doe ik dat. Ik heb vorige week samen met de klas van mijn dochter worteltjes en bloemen gezaaid in de schooltuin en ik heb mezelf als 'biebmoeder' opgegeven op school. Ik hoop zo ook meer sociale contacten te krijgen en hoop dat mensen dan met mij praten in plaats van over mij. Ik wil aan mensen laten zien dat er heel veel vooroordelen heersen over de psychiatrie en dat die vaak niet blijken te kloppen. Dat mensen met een (ernstige) psychiatrische aandoening vaak een heel 'normaal' leven kunnen leiden. En tja, wat is normaal? Dat is ook zo'n subjectief begrip.

Desalniettemin blijf ik het heel erg vinden dat het vriendje van mijn zoon niet bij ons thuis mag spelen vanwege het feit dat ik opgenomen ben geweest, dat mensen denken dat ik niet mondig genoeg ben om antwoord te geven op de vragen die ze niet eens durven te stellen en dat mensen denken dat ik achterlijk ben. Vooroordelen en stigmatisering, we hebben nog heel wat te laten zien voordat veel mensen zullen beseffen dat cliĆ«nten in de psychiatrie vaak mensen zijn met hele mooie kwaliteiten.