donderdag 15 mei 2014

Vroeger dacht ik dat mijn beperkingen mijn grenzen waren

Dit is mijn ervaringsverhaal dat ik voor de cursus 'Werken met eigen ervaring' op heb geschreven:

"Vroeger dacht ik dat mijn beperkingen mijn grenzen waren." Dat is een citaat van Loesje, maar wel heel erg herkenbaar voor mij. Toen ik in 2007 de diagnose Asperger kreeg, vielen er heel veel puzzelstukjes op zijn plek. Maar ik bleef hangen in de dingen die ik niet goed kon in plaats van de dingen die ik wel goed kon. Ik keek alleen naar mijn beperkingen in plaats van mijn kwaliteiten. Ik had inmiddels ruim 10 jaar ervaring in de psychiatrie en ik had geen vertrouwen meer in de hulpverlening. Ik was gediagnosticeerd door de GGZ maar verdere hulp wilde ik van hen ook niet meer hebben. Ik wilde alles zelf doen. Dat lukte tot op zekere hoogte. Ik schreef heel veel, zette een forum voor vrouwen met autisme op en was eigenlijk continu met anderen bezig in plaats van met mezelf. Ik zorgde ook nog voor mijn gezin. Dat ging goed, totdat ik in 2009 totaal overprikkeld op de PAAZ terecht kwam. Daar heb ik geleerd dat ik ook goed in een groep kon functioneren, iets waarvan ik door mijn pestverleden dacht dat het mij nooit zou lukken. Ik leerde te kijken naar mijn kwaliteiten in plaats van te kijken naar mijn beperkingen. Wat wel jammer was dat hulpverleners wel juist keken naar de dingen die er niet goed gingen. Ik mocht niet naar huis totdat er hulp voor aan het thuisfront geregeld was.

Buro Maks werd ingeschakeld en ik kreeg 2 tot 3 keer in de week een ambulant begeleidster op bezoek. Langzaam wist zij mijn vertrouwen te winnen zodat ik haar tijdens een boswandeling vertelde dat ik last had van stemmen die mij opdrachten gaven. Via de crisisdienst kwam ik bij het FACTteam terecht en werd er een psychotische stoornis gediagnosticeerd. Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik eindelijk de juiste medicijnen kreeg maar ik heb in die tijd wel geleerd dat niet alle hulpverleners per definitie niet te vertrouwen zijn maar dat er ook goede tussen zaten. In die tijd kwam bij mij ook het idee op om ervaringsdeskundige te worden. Ik had vanuit mijn opleidingen al ervaring met de psychiatrie dus ik wist hoe het was om aan beide kanten van de hulpverlening te staan. Ik wilde eigenlijk een soort brug slaan tussen hulpverlener en cliënt. 

Tijdens mijn laatste opname deed ik dat al een beetje. Ik zette mijn ervaringsdeskundigheid al in op de afdeling. Verpleging vroeg of ik dingen wilde uit leggen over de gang van zaken op de afdeling omdat cliënten beter naar mij zouden luisteren daar naar hen, puur omdat ik ook een cliënt was en ik in hetzelfde schuitje zat als hen. Cliënten namen van mij dingen eerder aan dan van de verpleging. Zo heb ik bijvoorbeeld ook samen met een meisje dat voor het eerst was opgenomen, een brief geschreven naar de rechter omdat ze met een IBS was opgenomen. En ik leidde cliënten die net waren opgenomen rond op de afdeling en vertelde hoe het er aan toe ging.

Ik merkte ook een kentering in de GGZ, ze gingen juist naar mijn krachten en mijn kwaliteiten kijken in plaats van wat er niet goed ging. Bij mij heeft dat heel erg geholpen. Ze zette mijn grootste kracht, namelijk schrijven, als deel van mijn behandeling in. Er werd gestimuleerd om iets met mijn ervaringsdeskundigheid te doen, vandaar dat ik nou hier zit.

Zo kom ik terug op het citaat van Loesje. "Vroeger dacht ik dat mijn beperkingen mijn grenzen waren". Maar nu denk ik dat mijn kwaliteiten juist grenzeloos zijn. Iedereen heeft kwaliteiten, met of zonder psychiatrische aandoening, net zoals iedereen, met of zonder psychiatrische aandoening,  beperkingen heeft. Ik kan een normaal en een volwaardig leven leiden zolang ik maar rekening houd met mijn beperkingen. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen